Proportionaliteit van stemrecht en risico in kapitaalvennootschappen

(boek nr. 23 in de reeks Rechtspersonen- en Vennootschapsrecht)

JR 23 

 

 

 Auteur : Carl Clottens
 Pagina's : 545
 Prijs : 140,00 EUR (incl. BTW)
 (20 % korting voor abonnees op deze reeks)
 ISBN-nummer : 978-90-6738-195-6

Bekijk hier de volledige inhoudstafel

HET BEGINSEL ‘ONE SHARE - ONE VOTE’

In de NV – de Belgische kapitaalvennootschap bij uitstek – wordt de toekenning van het stemrecht aan de aandeelhouders traditioneel beheerst door de regel ‘één aandeel, één stem’ (one share - one vote). Deze regel houdt in dat het stemrecht van de aandeelhouders in de algemene vergadering volstrekt proportioneel moet zijn aan de omvang van hun kapitaalinbreng (die onderworpen is aan het risico van de onderneming).

Deze regel, die van dwingend recht en zelfs van openbare orde is, staat alsmaar meer onder druk. Aanleiding voor Carl Clottens om zijn doctoraal proefschrift te wijden aan de complexe vraag : hoe dwingend is en moet het beginsel zijn dat stemrecht en risico zich in een kapitaalvennootschap proportioneel verhouden ? Het boek Proportionaliteit van stemrecht en risico in kapitaalvennootschappen vormt er de neerslag van.

HET BELGISCH VENNOOTSCHAPSRECHT

In het eerste deel gaat Carl Clottens na in welke mate het klassiek Belgisch vennootschapsrecht risico en stemrecht verbindt. Vanuit een rechtshistorisch perspectief, maar ook met rechtsvergelijkende accenten, biedt hij de lezer op dit terrein een uniek inzicht in talloze regels van het vennootschapsrecht en vooral ook in hun onderlinge samenhang (een aspect dat in het verleden vaak on(der)belicht is gebleven).

De auteur analyseert tot in de finesses de drie wettelijke bepalingen die tezamen uitdrukking geven aan het beginsel ‘one share - one vote’, met name 1) het verbod om aandelen met meervoudig stemrecht uit te geven (‘één aandeel, één stem’; art. 541 W.Venn.), 2) het verbod om het stemrecht los van het aandeel over te dragen, en dus met andermans aandelen te stemmen op de algemene vergadering, en 3) het leonijns verbod om het economisch risico van het aandeel over te dragen (art. 32, lid 2 W.Venn.). Verder betrekt hij ook de gevallen van schorsing en afstand van stemrecht in zijn onderzoek.

De koppeling van stemrecht en risico in kapitaalvennootschappen is steeds een pijler geweest van het Belgisch vennootschapsrecht, maar volgens de auteur is er zelden of nooit systematisch over nagedacht. Hij ontwaart naar huidig Belgisch recht talrijke mogelijkheden – statutair of contractueel – om op geldige wijze een discrepantie te creëren tussen stemrecht en inbreng/risico (bv. aandelen zonder stemrecht, winstbewijzen, stemovereenkomsten, stemmenkoop, croupier-overeenkomst, certificering, holdingstructuren, enz.). De dwingende regel ‘één aandeel, één stem’ staat derhalve op gespannen voet met het beginsel van de wilsautonomie, en dus de contractsvrijheid.

LAW & ECONOMICS

De koppeling van stemrecht en risico is niet evident en wordt door een gedeelte van de rechtsleer steeds luider in vraag gesteld. Daarom gaat de auteur in het tweede deel op zoek naar een verantwoording voor het beginsel ‘one share - one vote’. Hij volgt daarbij een rechtseconomische benadering. In een heldere stijl die meesterschap verraadt, maar de niet-ingewijde lezer respecteert, overloopt de auteur de basisconcepten van Law & Economics (die bij uitbreiding toepasbaar zijn op vele andere vennootschapsrechtelijke vraagstukken).

Aan de hand van (een combinatie van) de agency-theorie en de transactiekosten-theorie komt Carl Clottens tot de conclusie dat de koppeling van stemrecht aan het risico van aandelen de best mogelijke waarborg biedt voor de uitoefening van het stemrecht in het belang van de vennootschap, of anders gezegd, in het gemeenschappelijk belang van alle aandeelhouders, en zelfs van alle stakeholders. De aandeelhouders zijn immers postconcurrente schuldeisers : zij delen als laatste in de winst of het verlies van de vennootschap, nadat de schulden zijn voldaan. Wie dit residueel risico loopt, heeft normaal gezien de beste incentieven om discretionaire beslissingen te nemen die de ondernemingswaarde maximaliseren, omdat hij de marginale kosten en baten ervan ondervindt.

INVLOED VAN HET EUROPEES RECHT

Hoewel een rechtseconomische analyse geen definitieve antwoorden oplevert, zijn er volgens de auteur goede argumenten om het beginsel ‘one share - one vote’ op Europees niveau te regelen, zeker voor beursgenoteerde vennootschappen. Daarom onderzoekt Carl Clottens in het derde en laatste deel in welke mate de Europese wetgever de lege lata en de lege ferenda, alsook het Europees Hof van Justitie steun bieden aan een dwingend beginsel.

De Europese wetgever heeft reeds verschillende vruchteloze pogingen ondernomen om het beginsel ‘one share - one vote’ te harmoniseren (bv. via het ingetrokken voorstel voor een Vijfde Richtlijn, de optionele doorbraakregel van de Overnamerichtlijn en het Actieplan vennootschapsrecht 2003). Hoewel het beginsel in de huidige stand van het Europees vennootschapsrecht niet afdwingbaar is, is het niettemin aan een opmars bezig. De auteur neemt alle Europese initiatieven onder de loep en formuleert zelf aanbevelingen ter verbetering. Ook de mogelijke negatieve harmonisatie via de rechtspraak van het Europees Hof van Justitie inzake golden shares wordt onderzocht.

In dit onderdeel bespreekt de auteur niet alleen de klassieke afwijkingen van ‘one share - one vote’ die op dit ogenblik op Europees niveau bestaan, maar wijst hij ook op moderne technieken uit de wereld van private equity en de financiële markten om stemrecht te splitsen van risico. Een gelegenheid voor hem om uitgebreid stil te staan bij de problematiek van empty voting. In dit verband maakt de auteur ook een verdienstelijke analyse van talrijke Europese richtlijnen en verordeningen die zich bevinden op het kruispunt van het vennootschapsrecht en het financieel recht en die recentelijk werden aangenomen of gewijzigd (m.b.t. aandeelhoudersrechten, overnames, transparantie, marktmisbruik, short selling). 

TIJDLOOS ÉN BRANDEND ACTUEEL

Het doctoraat van Carl Clottens is een krachttoer. Het vindt zijn bron in het Belgisch recht, verwerkt de volledige Anglo-Amerikaanse rechtseconomische literatuur over het onderwerp, en mondt uit in het Europees recht dat stamelend, maar niettemin duidelijk guidance geeft. Eerbiedig voor complexiteit, traditie en evolutie, geeft het boek af en toe uitzicht op de vallei van de oplossingen, om zich dan opnieuw noodgedwongen in de meander van de nuance te hullen.

Door zijn kritische analyse van de ‘proportionaliteit van stemrecht en risico’ is Carl Clottens erin geslaagd om met dit tijdloos, maar tegelijkertijd brandend actueel thema zowel beleidsmakers als de vennootschapspraktijk aan te spreken.